Op vakantie in 2001 in West Afrika, de week voor 9/11, de dag die de wereld zal schokken en veranderen. Mijn wereld verandert ook in deze week. We bezoeken dorpen in het binnenland van Gambia en willen een koffertje met kinderkleding ergens achterlaten. Tamsir (lokale projectmanager) vangt ons op, met grote ogen van verbazing. We kijken naar kaal beton en droog gras. Tamsir lijkt wezenlijk anders te kijken en vertelt over zijn dromen: 'Hier komt de school, daar de kliniek en iets verder op de winkels van de ondernemers in het dorp'. De passie, kracht en doortastendheid spatten er van af. Ik ga van mijn hoofd naar mijn hart. Geen weg terug.
De daaropvolgende dagen brengen we door met Ousman, leider van de ontwikkelingsorganisatie. Inspirerend en wijs man die simpelweg stelt: 'When good people meet good things will follow'. Hij schetst zijn wens: 'Wij willen het talent en ondernemerschap van mensen in de dorpen verder ontwikkelen. Dat is belangrijker dan geld'. Een half jaar later zeg ik mijn baan op bij Hay Group. Geen weg terug.
In 2003 start Better Future officieel. Het begin van het avontuur van mijn leven. Vanuit idealen een business opbouwen, kan dat wel? Je dromen echt achterna gaan? Het antwoord is: ja, dat kan. Simpelweg door te doen en je hart te volgen. Door mensen op te zoeken en je dromen te delen. Samen optrekken om creatief te ondernemen. Vanuit de oprechte wens iets te betekenen voor een ander. Geen weg terug.
We zijn trots op waar we staan. Als sociale onderneming bedienen we de top van het bedrijfsleven, wereldwijd opererende NGO's maar bovenal ook de Tamsirs en Ousmans van deze wereld. We doen betekenisvol werk op een ondernemende manier en realiseren daarin successen en teleurstellingen. We gaan door op het gekozen pad vol energie en overgave. 'Small beginnings can lead anywhere,' aldus Ousman. Geen weg terug dus. Gelukkig maar.
Dave Jongeneelen, oprichter Better Future.
Ik kan niet goed liegen. Halfhartige pogingen om het wel te doen, zijn al vroeg in de kiem gesmoord. Koekjes bakken op de kleuterschool, waarbij de juf twee minuten de klas verliet en wij, vijfjarigen ons en masse op het deeg stortten, eindigde in een voor mij toen indrukwekkende levensles. Met het meel nog om mijn mond ontkende ik hevig dat ik ervan gesnoept had. Met mijn naderende val door de mand voor ogen, durfde ik me niet meer achter anderen te verschuilen. Ik zat fout en bekende. Je kan niet vroeg genoeg leren om de verantwoordelijkheid voor je eigen daden te nemen.
Bij alle rumoer rondom de toon van de kamerdebatten van afgelopen week, heb ik me vaak afgevraagd op wat voor lagere school onze Kabinet- en Kamerleden gezeten hebben. Nu is het ineens een fout van Tweede Kamervoorzitter Gerdi Verbeet, dat twee mannen elkaar omver probeerden te duwen tijdens de Algemene Beschouwingen. In een interview met de Volkskrant legt Verbeet uit dat ze niet verantwoordelijk is voor de uitspraken die Rutte en Wilders naar elkaar doen, en ingrijpt op het moment dat zij zelf aangeven zich onheus bejegend te voelen. Mij lijkt dat een volwassen aanpak. Het is haar op veel kritiek komen te staan. Frans Weisglas, voorganger van Verbeet, roept vanaf de zijlijn behulpzaam dat ze eerder en nadrukkelijker had moeten ingrijpen. Niet de jongetjes zelf, maar de juf wordt aangepakt.
Roos Vonk, hoogleraar Psychologie wist niet hoe snel ze na, of liever, tijdens de val van vriend en collega Diederik Stapel haar straatje schoon moest vegen. Hij bekende onderzoeksdata te hebben gefingeerd. Vermoedelijk uit angst om mee getrokken te worden in zijn val, plaatste ze iets te snel en te opvallend een blog waarin ze afstand van hem neemt. Aarzelend steekt ze een halve hand in eigen boezem en wijst veel harder met priemende vinger van zich af. Ze had van het deeg gesnoept zonder dat ze er erg in had.
Duiken, wijzen naar een ander, of je erachter verschuilen, hoe menselijk ook: het veegt misschien tijdelijk je eigen straatje schoon, maar legt tegelijkertijd het bewijs voor het tegendeel voor je eigen voordeur. Spelen op de persoon leidt af van waar het werkelijk over gaat. Volgens mij is het tijd voor een grote gezamenlijke schoonmaak. Opzoomeren heet dat in Rotterdam: met de hele straat zorgen dat het er schoner, leefbaarder en mooier wordt. Geen woorden maar daden. Of je nu onderdeel bent van een kleuterklas, de Tweede Kamer, de sociale wetenschap of een bedrijf, schouders eronder, ego opzij en gaan voor het collectief. Dan wordt normaal doen vanzelf weer heel normaal.
'Verschenen in het Financieele Dagblad'
Zij aan zij rennen we door het winkelende publiek aan de Meir in Antwerpen. Hij met laptoptas en koffer, ik op mijn net nieuwe laarzen met tien centimeter hoge hakken. We hebben nog twintig minuten voordat de Thalys naar Amsterdam vertrekt die hij en elf van zijn collega’s willen halen. Vijf minuten geleden stonden we nog ontspannen in de deuropening van een klassieke stadsvilla, terug te blikken op een mooie tweedaagse over leiderschap. We wachtten op taxi’s die niet zouden komen.
Hij nam het initiatief tot deze ontdekkingsreis naar innovatie in leiderschap met rectoren en bestuurders uit het Voortgezet Onderwijs. Ik mocht het samen met twee vakgenoten begeleiden.
Met gedichten en theater brachten we ze eerst op andere gedachten, om slalommend de weg te vinden naar vernieuwing in leiderschap. Langs een tijdslijn van 1975, via het heden, tot 2015 brengen ze gebeurtenissen en ambities in hun persoonlijke leven, het onderwijs en de wereld in beeld. Ontwikkelingen in het onderwijs uit het verleden zijn vooral persoonlijke verhalen: eerste baan voor de klas, eerste leidinggevende functie, of een verandering van school. Nergens zie ik de invoering van het studiehuis of andere opgelegde structuurwijzigingen terug. Regels leiden niet tot doorleefde veranderingen, persoonlijke ervaringen doen dat wel. Beelden over de leidinggevenden die ze vroeger zelf hadden bepalen wat zij nu heel anders doen. Net zoals je het later beslist anders wil doen dan je ouders. Gesprekken over leiderschap gaan eerst over de ontwikkeling van anderen en schoorvoetend steeds meer over die van henzelf.
Mij raakt een verhaal van een rector die beschrijft hoe ze het in haar school voor elkaar krijgt om het leren van docenten net zo normaal te laten zijn als dat van leerlingen. Pubers én volwassenen behandelen als volwassenen. Hoe trots ze is op de resultaten en hoe ze leert van het proces om dat te veranderen. Voor haar een tango van leiden en volgen, waar het lef om het soms niet te weten en de leiding uit handen te geven, hand in hand gaat met heldere kaders stellen.
Dan ikzelf. Als die taxi’s er niet staan zoals was afgesproken, voel ik onmiddellijk mijn primitieve impulsen naar boven komen. Dat het verdomme ook nooit goed geregeld is. Niks tijdslijn waar ik beschouwend boven hang, maar gewoon het echte Nu waar ik onderdeel van ben. Ik voel het vanzelfsprekende appèl om het op te lossen, en ga ineens voorbij aan het vermogen van al die leiders die dat prima zelf kunnen.
Iedereen is lopend uiteindelijk op tijd op het station, en de trein twintig minuten te laat. Rennen, dwars door de winkelende massa tegen de stroom in, is nergens voor nodig. Voorop lopen gaat met de stroom mee.
'Verschenen in het Financieele Dagblad'
Hoe kom je tot echte innovatie en maatschappelijke bijdragen? We zijn met een groep van Zwitserleven op stap in Nederland. Ervaren wat er nodig is, zien wat er mogelijk is en van daaruit nieuwe werkelijkheden creëren. Bij het Wereldnatuurfonds zijn we bewust gemaakt van de noodzaak van duurzame transformatie. Bij InterfaceFLOR, een vloertapijtenfabrikant, zien we een bedrijf dat een prachtvoorbeeld is van dat mogelijk maken. In alle facetten van de bedrijfsvoering is ‘Mission Zero’ doorgevoerd: vanaf 2020 zal Interface nul ‘carbon footprint’ achterlaten.
Daarna een bijzondere ontmoeting met jongeren met een psychiatrische achtergrond bij Zonnehuizen. Samen koken we een topmaaltijd. Dit diner raakt ons nog het meest. Zo dichtbij, zo fragiel. Je zou zo een baan in de horeca voor ze willen organiseren.
Voor het grote doel, een gezonde aarde, en voor het kleine doel, die jongeren om de hoek, gaan we verder aan de slag. Wat kan een pensioenverzekeraar als Zwitserleven vanuit de bedrijfsvoering bijdragen? Ik zie iets voor me waarbij we iets toevoegen aan die verleidelijke palmstranden – het verantwoorde Zwitserleven Gevoel.
Met dobbelstenen in haar hand, transformeert mijn doorgaans wat dromerige zusje tot een topsporter met tunnelvisie. Elk bordspel gaat ze te lijf met een fanatisme dat geen mededogen kent. Ze wint altijd. Dat was vroeger al zo en als ik haar met haar kinderen spelletjes zie doen, herken ik die blik. Ik houd dus niet van spelletjes. Behalve wanneer weten winnen betekent, zoals bij trivial pursuit. Dan speel ik haar van tafel. Over muziek, films en vooral over Het Nieuws. Gretig vis ik elke ochtend twee kranten van de mat en luister in de auto veel naar de radio. Ik onthoud de raarste nieuwtjes en ik ben er altijd van overtuigd geweest dat die kennis me verder brengt.
Inmiddels weet ik beter. Het is een verslaving, die nergens goed voor is. Het maakt mijn denken oppervlakkig, het misleidt en houdt een niet te stillen honger in stand. Dat stelt Rolf Dobelli, een Zwitserse schrijver, in zijn essay ‘Avoid News. Towards a healthy news diet’. NRCNext drukte het onlangs integraal af. In elf pagina’s neemt Dobelli me mee in zijn overtuiging dat het nieuws een zichzelf in stand houdende soapserie is, zonder einde en zonder doel. Omdat we willen weten hoe het verder gaat, volgen we elke dag een nieuwe aflevering en blijven we hangen in plotlijntjes op de vierkante centimeter, zonder begrip van het grote verhaal erachter. De val van Lehman Brothers kreeg bijvoorbeeld veel aandacht in het nieuws, terwijl het nog steeds nauwelijks gaat over onverantwoord omgaan met geld. Dat verhaal gaat namelijk over onszelf, het beschrijft een grotere beweging en is daarmee een traag, complex verhaal. Dat leest niet makkelijk.
Dobelli heeft bovendien weinig vertrouwen in ons vermogen om nieuw nieuws en relevant nieuws van elkaar te onderscheiden. Nieuws verkoopt en wat relevant is voor mij, dat moet ik toch echt zelf bedenken. Media spelen feilloos in op mijn gebrek aan tijd, zin of kunde om de vraag naar de relevantie steeds opnieuw te stellen én te beantwoorden.
Nieuwsmakers zijn vernuftige marketeers, als ik Dobelli mag geloven. Gericht op het produceren van gemaksmaaltijden, die er smakelijk uitzien en me met een onvoldaan gevoel achter laten. Hij pleit voor een met zorg bereide maaltijd met eerlijke ingrediënten. Vakbladen, inhoudelijke magazines en boeken. Dat is de weg naar wijsheid. Ik vind het wel een opluchting. Weg met dat gevoel dat ik ‘bij moet blijven’ en gewoon weer tijd voor een mooi boek.
Vrijwel ongelezen ging deze keer de weekendedities van twee kranten de oud papierbak in. Voor het eerst zonder schuldgevoel. Zou mijn zusje dit nou al die jaren al geweten hebben? Dan heeft ze toch weer gewonnen.
'Verschenen in het Financieele Dagblad'
Zodra ik voet zet op Afrikaanse bodem, voel ik me Nederlandser dan thuis. Het maakt me afwisselend trots en onbeholpen. Ik ben me bewust van verschillen en tast voorzichtig af hoe het hier werkt.
Een week lang begeleidde ik samen met twee collega’s een leiderschapsprogramma met Nederlandse managers van VvAA en Ugandese managers van AMREF Flying Doctors, in Luwero, iets buiten Kampala. Samen werken aan lokale vraagstukken, reflecteren op de manier waarop dat gaat en leren van elkaars verschillen. Op de eerste dag staan hooggespannen verwachtingen en vraagtekens over wat het uiteindelijk op zal leveren, duidelijk leesbaar op dertig voorhoofden. Al snel komen de gesprekken op gang, over hoe we in beide landen leven, geloven en werken.
Op de tweede dag vragen we aan de Ugandesen wat hun indrukken en vooroordelen over Nederlanders zijn en andersom. In rollenspellen leggen ze vervolgens de do’s en dont’s in elkaars cultuur bloot.
Een beschrijving van de eerste indrukken en vooroordelen is treffend. In de ogen van de Ugandesen zijn Nederlanders ruimdenkend, weinig met religie bezig en we zeggen waar het op staat. Bovendien vinden ze ons flexibel. We zetten ons met gemak naar veranderende situaties en onbekende contexten. Tótdat het over tijd of afspraken gaat. Dan is onze flexibiliteit ineens ver te zoeken en laten we geen gelegenheid voorbij gaan om de ander op zijn gebrek aan time-management te wijzen. Het wordt door Ugandese deelnemers in een rollenspel haarscherp neergezet. Ik voel me betrapt. Een paar uur eerder liet ik duidelijk merken dat ik geïrriteerd was dat we een kwartier later begonnen. Een heel kwartier te laat! Niet eerder was ik me zo bewust van die Nederlandse eigenaardigheid. ‘You have the watches, we have the time’. Touché voor Uganda.
Het benoemen van verschillen maakt duidelijk hoe we naar elkaar kijken. Dat helpt. Voor even. Het handelen naar die verschillen belemmert echter het zicht. Voor we het weten zien we alleen verschillen en verliezen we uit het oog wat we met elkaar gemeen hebben.
Na een week samen werken, leren en lachen staan de uitkomsten als een huis. Ik ben onder de indruk van de kwaliteit van de resultaten en ontroerd door de oprechte verbindingen die tussen mensen zijn ontstaan. Er is naar elkaar geluisterd, er is waardering uitgesproken én er zijn harde noten gekraakt. De verschillen waar we in het begin van de week zo druk mee waren, hebben plaatsgemaakt voor hele menselijke dingen.
Opnieuw raakt me wat ik allang weet. Dat behoefte aan waardering en oprecht contact iets heel universeels is. Die laat zich door geen enkele culturele overtuiging de les lezen.
'Verschenen in het Financieele Dagblad'


