afbeelding van Annemarie
Annemarie
Succes
22 februari 2012

De persconferentie van Cohen over zijn aftreden leek te gaan over falen, maar ging voor mij juist over zijn succes. Ontspannen legt Cohen voor de camera uit dat hij onvoldoende effectief is geweest in zijn rol als fractievoorzitter. De zure vragen van journalisten waar hun antwoorden allang in opgesloten liggen, legt hij licht knorrig en vooral laconiek terzijde. Hij schetst zijn streven naar een fatsoenlijke samenleving, zijn inspanningen om dat te realiseren en nu is zijn conclusie: ik heb het geprobeerd op mijn manier, het is me niet gelukt en nu is het mooi geweest. Na jarenlang bejubeld te zijn om zijn kwaliteiten als burgemeester van Amsterdam, bleken integriteit en genuanceerdheid in Den Haag ineens het recept van zijn gifbeker te zijn. Daarmee leek zijn Amsterdamse succes ook volledig verdwenen. Het maakt in elk geval duidelijk hoe grillig en flinterdun de scheidslijn tussen succes en falen is.

 

“Succes is een keuze” riep een snelle manager jaren geleden in een soepreclame. Deze maakbaarheidsopvatting hoor ik in werkelijkheid ook vaak, maar die maakt succes eendimensionaal maakt en gaat onterecht uit van gelijke kansen voor iedereen. Die stelling is me iets te makkelijk. Succes als keuze maakt wel duidelijk dat je er zelf iets voor moet doen. In een TEDtalk legt ‘succesdeskundige’ Richard St. John in drieëneenhalve minuut uit dat succesvol zijn vooral een kwestie is van het volgen van je passie en volharding: doe waar je in gelooft, focus en geef niet op bij tegenvallende resultaten of mensen die niet in je geloven.

 

Dat vereist nogal wat zelfvertrouwen en het vermogen om je niet af te laten leiden door het – soms ogenschijnlijke - succes van de mensen om je heen. Op de momenten waarop ik niet meer weet waar ik goed in ben en waar ik eigenlijk naartoe werk, lijkt het alsof iedereen om me heen dat wél weet en er ook overal in slaagt. Mij helpt dat blindstaren op het succes van anderen nooit. Het brengt me uit mijn evenwicht en houdt me alleen maar af van het lopen van mijn eigen race. Succes is voor mij net zoiets als geluk. Je streeft ernaar, werkt er hard voor, leert van je fouten en blijft vertrouwen. Soms is het er dan ineens, onaangekondigd, net zoals het weer vertrekt. Dat houdt het exclusief en maakt het tot iets vluchtigs.

 

Cohen kiest eieren voor zijn geld. Ik zal nooit weten of die keuze hem moeilijk of uitendelijk toch gemakkelijk viel. Hij laat zich bij zijn aftreden in elk geval geen woorden in de mond leggen, steekt hand in eigen boezem én houdt vast aan waar hij zelf voor staat. Hard op weg naar zijn eigen succes.

 

Verschenen in het Financieele Dagblad

afbeelding van Annemarie
Annemarie
Verschil maken
15 februari 2012

Nietsvermoedend liep ik de tentoonstelling Uit voorraad leverbaar bij het Nederlands Architectuurinstituut binnen. Ik was eigenlijk op weg naar een andere expositie, maar bleef staan te midden van foto’s van winkelstraten en pleinen in middelgrote Nederlandse steden. De wanden waren bekleed met afbeeldingen uit catalogi waaruit het straatmeubilair wordt besteld. Op elke foto zag ik dezelfde straten, terrassen en pleinen zonder dat ik kon zeggen welke opname in Winschoten, Steenwijk of Raalte was genomen. Wel zag ik de dappere pogingen per gemeente om eigen accenten aan te brengen.

 

In de toelichting lees ik dat dit straatbeeld een weerspiegeling vormt van een ‘fascinerend compromis tussen verschillende benaderingen en belangen’. Ik zie de energievretende vergaderingen tussen onverbiddelijke gemeenteambtenaren, aanvankelijk nog enthousiaste architecten en ondernemers voor me. De ingehouden frustratie is zichtbaar in het eindresultaat.

 

Meer dan de verstikking, trof mij die drang om onderscheidend te zijn. De moeite die wordt gedaan om een eigen draai te geven aan het voorspelbare straatbeeld. Net even een spectaculairdere vorm van straatverlichting, of een iets hippere bank bij het plein. Ook na ons afstuderen in het oer-Hollandsche gepolder, willen we verschil maken. We willen iets toevoegen wat er nog niet is, waar we onze hand in herkennen en waar de wereld – in onze eigen beleving – mooier van wordt.

 

Ik denk dat er in meer mensen wereldverbeteraars schuilen dan we op het eerste oog zien. Die wel willen, maar niet weten hoe. Nadat er jarenlang in de hoogste bestuurlijke regionen en op elitaire conferenties is gepraat over het belang van ‘people’ en ‘planet’ naast de broodnodige ‘profit’, wordt het tijd om daar niet hoogdravend over te doen en het gewoner te maken. Verschil maken dichter bij huis. Natuurlijk hebben strategische beslissingen van multinationals die zich hardmaken voor eerlijk produceren en verstandiger omgaan met grondstoffen een grotere – want wereldwijde – impact. Voor alledaagse idealisten, zoals wij, lijken de enige mogelijkheden binnen handbereik dingen als lid worden van Natuurmonumenten of iets vaker met de fiets boodschappen halen. We willen best meer doen, want we geven graag aan Giro 555 en putten ons uit in creatieve acties voor Serious Request.

 

De kunst is om juist in het alledaagse het verschil te maken. Niet alleen buiten het werk, maar ook tijdens kantooruren. Weten waar je met je werk aan bijdraagt, voor wie je het doet en zien hoe je er je eigen draai aan kunt geven. Daarvoor hoef je niet per se ceo van een multinational te zijn en een CO2-neutraal huis aan de Vecht te laten bouwen. De wereldverbeteraars wonen ook in Raalte, Steenwijk en Winschoten.

 

Verschenen in het Financieele Dagblad

afbeelding van Annemarie
Annemarie
Dromen
8 februari 2012

Mijn uitnodiging was eenvoudig: “ik organiseer een diner in select gezelschap, om dromen te delen. Kom je ook?” Respons kwam verrassend snel en was positief. Dus zat ik afgelopen week met zeven dromers, waaronder een musicus, een manager uit de pensioenwereld, een fotograaf&veranderaar en een directeur van een goede doelen organisatie aan onze keukentafel. Allemaal mensen met eigen verhalen, overtuigingen en ambities. Ik kende iedereen, de rest elkaar nog niet. Nieuwsgierig naar wat er komen ging, stelde ik iedereen aan elkaar voor en vertelde mijn eigen droom: ondernemers in ontwikkelingslanden de kans geven zichzelf te ontwikkelen.

 

De dromen vlogen over tafel. Muziek uit de beslotenheid van concertzalen halen en het terugbrengen naar mensen op straat, op openbare plekken. Muziek moet mensen verbinden, zoals bedoeld was, voordat muziek als linkse hobby werd afgedaan. Of de droom om elk kind met een handicap in ontwikkelingslanden op eigen benen laten staan. Of van pensioenen weer een menselijk product maken, dat iedereen begrijpt. Een pensioen waarvan je eigen vader ook snapt wat en hoe hij spaart. Of realiteitszin terug brengen in directiekamers, door van reputatie een meetbare factor te maken waarvoor het net zo normaal wordt om verantwoording af te leggen als voor winst en verlies.

 

Hoe verschillend de karakters, achtergrond, werkvelden of levensfases ook zijn aan deze tafel, er komt één gemeenschappelijke deler naar voren: we moeten terug naar de essentie en de menselijke maat. Of het nu gaat over pensioenen, nieuwe vormen van bestuur of het maken van muziek, daar gaat het in alle dromen deze avond over. Dat zegt iets over deze tijd en is tegelijkertijd misschien niet eens zo wereldschokkend. De kracht zit vooral in het hardop uitspreken van die dromen en het delen ervan. Dat is de eerste stap van droom naar werkelijkheid. De vragen en reacties van anderen prikkelen, dagen uit en geven steun. De ontdekking dat iedereen hier op zijn of haar manier probeert verschil te maken én de ervaring daar niet alleen in de te zijn, verbindt ons en brengt ons verder. Het vereist het lef om aan poorten te rammelen die niet altijd vanzelf open gaan en waar je niet per se met applaus wordt ontvangen. Omdat jij iets ziet wat veel anderen nog niet zien. Daarom geven deze verhalen zoveel energie en inspiratie.

 

Deze tijd waarin broekriemen worden aangetrokken, banen op de tocht staan en zekerheden niet meer bestaan vraagt juist om mensen met visionaire dromen en ondernemers die er werkelijkheid van maken. ‘A dream without a vision is a nightmare’ zoals Ousman, een wijze afrikaan in Gambia het eens omschreef. Een beetje een goede droom, daar is niets vrijblijvends aan.

 

Verschenen in het Financieele Dagblad

afbeelding van Annemarie
Annemarie
Corvee
1 februari 2012

La Défense is mijn lievelingsplek in Parijs. Ik krijg mijn vrienden lastig uitgelegd dat ik me net zo lief vergaap aan de inmiddels wat sleets geworden kantorenwijk, als te slenteren door Le Marais. In mijn ogen is het woud van spiegelende gebouwen en La Grande Arche als symbool voor Mitterands machtsvertoon, een icoon van de jaren ’80. Schaalvergroting werd het toverwoord, goochelen met spreadsheets verdrong het ambacht. De Manager werd geboren, die wist wat er moest gebeuren en die elke tent kon ‘runnen’.

 

Het is de mananger net zo vergaan als La Défense. De glorie van de hoogtijdagen echoot zachtjes na en de grandeur heeft iets aandoenlijks gekregen. De onpersoonlijke torens van ondoorzichtige glas, waardoor je wel naar buiten maar niet naar binnen kunt kijken, weerspiegelen een denkwijze die niet meer past bij vandaag. Het aura van succes rond managers is vervangen door meewarige blikken. Had je maar een vak moeten leren.

 

De Volkskrant wijdde er afgelopen weekend een katern aan, met de weinig verheffende kop ‘fuck the manager’. Alles wat er niet goed gaat in onderwijs en gezondheidszorg, sectoren waarin de kern van de zaak wordt uitgevoerd door degenen die het niet voor het zeggen hebben, wijten we aan diezelfde managers die we tot voor kort aanzagen voor de verlosser.

 

Dat we van ziekenhuizen bestuurlijke gedrochten hebben gemaakt waarin medisch professionals en managers elkaar vakkundig voor de voeten lopen, dat ziet iedereen. Dat denken in termen van schaalvergroting en efficiency leidt tot pervers gedrag en kwaliteit verslechtert, weten inmiddels ook zeker. ‘Echte’ managers hebben geen verstand van onderwijs, of het beter maken van mensen, denken in cijfers en realiseren zich niet dat schaalvergroting een gedachtenexperiment is, dat niet werkt in de praktijk. Mensen willen werken met mensen. Dat gaat goed tot maximaal 150 stelt psycholoog Mark van Vugt.

 

Toch is het onterecht om een beroepsgroep die we zelf hebben gecreëerd - inclusief de massale studies om het te worden - alles in de schoenen te schuiven. En net te doen net alsof managen los staat van leiderschap. Ik hoor het dagelijks: Leiders hebben visie, inspireren en zetten daarmee anderen in beweging. Een manager beheert en controleert. Leiden is leuk, managen is corvee. Ze kunnen moeilijk met, maar zeker niet zonder elkaar.

 

De beweging naar vakmanschap en menselijke maat is al ingezet. Buurtzorg als antwoord op bureaucratsiche Thuiszorg is een succes en de wijkverpleegkundige komt gewoon weer terug. Vakmensen organiseren zichzelf, in overzichtelijke groepjes. We dromen niet meer van een baan in een spiegelend kantoorgebouw, maar van werk van betekenis, met mensen die we kennen. Met hart voor de zaak én iedereen zijn eigen corvee.

 

Verschenen in het Financieele Dagblad