afbeelding van Annemarie
Annemarie
Succes
22 februari 2012

De persconferentie van Cohen over zijn aftreden leek te gaan over falen, maar ging voor mij juist over zijn succes. Ontspannen legt Cohen voor de camera uit dat hij onvoldoende effectief is geweest in zijn rol als fractievoorzitter. De zure vragen van journalisten waar hun antwoorden allang in opgesloten liggen, legt hij licht knorrig en vooral laconiek terzijde. Hij schetst zijn streven naar een fatsoenlijke samenleving, zijn inspanningen om dat te realiseren en nu is zijn conclusie: ik heb het geprobeerd op mijn manier, het is me niet gelukt en nu is het mooi geweest. Na jarenlang bejubeld te zijn om zijn kwaliteiten als burgemeester van Amsterdam, bleken integriteit en genuanceerdheid in Den Haag ineens het recept van zijn gifbeker te zijn. Daarmee leek zijn Amsterdamse succes ook volledig verdwenen. Het maakt in elk geval duidelijk hoe grillig en flinterdun de scheidslijn tussen succes en falen is.

 

“Succes is een keuze” riep een snelle manager jaren geleden in een soepreclame. Deze maakbaarheidsopvatting hoor ik in werkelijkheid ook vaak, maar die maakt succes eendimensionaal maakt en gaat onterecht uit van gelijke kansen voor iedereen. Die stelling is me iets te makkelijk. Succes als keuze maakt wel duidelijk dat je er zelf iets voor moet doen. In een TEDtalk legt ‘succesdeskundige’ Richard St. John in drieëneenhalve minuut uit dat succesvol zijn vooral een kwestie is van het volgen van je passie en volharding: doe waar je in gelooft, focus en geef niet op bij tegenvallende resultaten of mensen die niet in je geloven.

 

Dat vereist nogal wat zelfvertrouwen en het vermogen om je niet af te laten leiden door het – soms ogenschijnlijke - succes van de mensen om je heen. Op de momenten waarop ik niet meer weet waar ik goed in ben en waar ik eigenlijk naartoe werk, lijkt het alsof iedereen om me heen dat wél weet en er ook overal in slaagt. Mij helpt dat blindstaren op het succes van anderen nooit. Het brengt me uit mijn evenwicht en houdt me alleen maar af van het lopen van mijn eigen race. Succes is voor mij net zoiets als geluk. Je streeft ernaar, werkt er hard voor, leert van je fouten en blijft vertrouwen. Soms is het er dan ineens, onaangekondigd, net zoals het weer vertrekt. Dat houdt het exclusief en maakt het tot iets vluchtigs.

 

Cohen kiest eieren voor zijn geld. Ik zal nooit weten of die keuze hem moeilijk of uitendelijk toch gemakkelijk viel. Hij laat zich bij zijn aftreden in elk geval geen woorden in de mond leggen, steekt hand in eigen boezem én houdt vast aan waar hij zelf voor staat. Hard op weg naar zijn eigen succes.

 

Verschenen in het Financieele Dagblad

afbeelding van Annemarie
Annemarie
Verschil maken
15 februari 2012

Nietsvermoedend liep ik de tentoonstelling Uit voorraad leverbaar bij het Nederlands Architectuurinstituut binnen. Ik was eigenlijk op weg naar een andere expositie, maar bleef staan te midden van foto’s van winkelstraten en pleinen in middelgrote Nederlandse steden. De wanden waren bekleed met afbeeldingen uit catalogi waaruit het straatmeubilair wordt besteld. Op elke foto zag ik dezelfde straten, terrassen en pleinen zonder dat ik kon zeggen welke opname in Winschoten, Steenwijk of Raalte was genomen. Wel zag ik de dappere pogingen per gemeente om eigen accenten aan te brengen.

 

In de toelichting lees ik dat dit straatbeeld een weerspiegeling vormt van een ‘fascinerend compromis tussen verschillende benaderingen en belangen’. Ik zie de energievretende vergaderingen tussen onverbiddelijke gemeenteambtenaren, aanvankelijk nog enthousiaste architecten en ondernemers voor me. De ingehouden frustratie is zichtbaar in het eindresultaat.

 

Meer dan de verstikking, trof mij die drang om onderscheidend te zijn. De moeite die wordt gedaan om een eigen draai te geven aan het voorspelbare straatbeeld. Net even een spectaculairdere vorm van straatverlichting, of een iets hippere bank bij het plein. Ook na ons afstuderen in het oer-Hollandsche gepolder, willen we verschil maken. We willen iets toevoegen wat er nog niet is, waar we onze hand in herkennen en waar de wereld – in onze eigen beleving – mooier van wordt.

 

Ik denk dat er in meer mensen wereldverbeteraars schuilen dan we op het eerste oog zien. Die wel willen, maar niet weten hoe. Nadat er jarenlang in de hoogste bestuurlijke regionen en op elitaire conferenties is gepraat over het belang van ‘people’ en ‘planet’ naast de broodnodige ‘profit’, wordt het tijd om daar niet hoogdravend over te doen en het gewoner te maken. Verschil maken dichter bij huis. Natuurlijk hebben strategische beslissingen van multinationals die zich hardmaken voor eerlijk produceren en verstandiger omgaan met grondstoffen een grotere – want wereldwijde – impact. Voor alledaagse idealisten, zoals wij, lijken de enige mogelijkheden binnen handbereik dingen als lid worden van Natuurmonumenten of iets vaker met de fiets boodschappen halen. We willen best meer doen, want we geven graag aan Giro 555 en putten ons uit in creatieve acties voor Serious Request.

 

De kunst is om juist in het alledaagse het verschil te maken. Niet alleen buiten het werk, maar ook tijdens kantooruren. Weten waar je met je werk aan bijdraagt, voor wie je het doet en zien hoe je er je eigen draai aan kunt geven. Daarvoor hoef je niet per se ceo van een multinational te zijn en een CO2-neutraal huis aan de Vecht te laten bouwen. De wereldverbeteraars wonen ook in Raalte, Steenwijk en Winschoten.

 

Verschenen in het Financieele Dagblad

afbeelding van Annemarie
Annemarie
Dromen
8 februari 2012

Mijn uitnodiging was eenvoudig: “ik organiseer een diner in select gezelschap, om dromen te delen. Kom je ook?” Respons kwam verrassend snel en was positief. Dus zat ik afgelopen week met zeven dromers, waaronder een musicus, een manager uit de pensioenwereld, een fotograaf&veranderaar en een directeur van een goede doelen organisatie aan onze keukentafel. Allemaal mensen met eigen verhalen, overtuigingen en ambities. Ik kende iedereen, de rest elkaar nog niet. Nieuwsgierig naar wat er komen ging, stelde ik iedereen aan elkaar voor en vertelde mijn eigen droom: ondernemers in ontwikkelingslanden de kans geven zichzelf te ontwikkelen.

 

De dromen vlogen over tafel. Muziek uit de beslotenheid van concertzalen halen en het terugbrengen naar mensen op straat, op openbare plekken. Muziek moet mensen verbinden, zoals bedoeld was, voordat muziek als linkse hobby werd afgedaan. Of de droom om elk kind met een handicap in ontwikkelingslanden op eigen benen laten staan. Of van pensioenen weer een menselijk product maken, dat iedereen begrijpt. Een pensioen waarvan je eigen vader ook snapt wat en hoe hij spaart. Of realiteitszin terug brengen in directiekamers, door van reputatie een meetbare factor te maken waarvoor het net zo normaal wordt om verantwoording af te leggen als voor winst en verlies.

 

Hoe verschillend de karakters, achtergrond, werkvelden of levensfases ook zijn aan deze tafel, er komt één gemeenschappelijke deler naar voren: we moeten terug naar de essentie en de menselijke maat. Of het nu gaat over pensioenen, nieuwe vormen van bestuur of het maken van muziek, daar gaat het in alle dromen deze avond over. Dat zegt iets over deze tijd en is tegelijkertijd misschien niet eens zo wereldschokkend. De kracht zit vooral in het hardop uitspreken van die dromen en het delen ervan. Dat is de eerste stap van droom naar werkelijkheid. De vragen en reacties van anderen prikkelen, dagen uit en geven steun. De ontdekking dat iedereen hier op zijn of haar manier probeert verschil te maken én de ervaring daar niet alleen in de te zijn, verbindt ons en brengt ons verder. Het vereist het lef om aan poorten te rammelen die niet altijd vanzelf open gaan en waar je niet per se met applaus wordt ontvangen. Omdat jij iets ziet wat veel anderen nog niet zien. Daarom geven deze verhalen zoveel energie en inspiratie.

 

Deze tijd waarin broekriemen worden aangetrokken, banen op de tocht staan en zekerheden niet meer bestaan vraagt juist om mensen met visionaire dromen en ondernemers die er werkelijkheid van maken. ‘A dream without a vision is a nightmare’ zoals Ousman, een wijze afrikaan in Gambia het eens omschreef. Een beetje een goede droom, daar is niets vrijblijvends aan.

 

Verschenen in het Financieele Dagblad

afbeelding van Annemarie
Annemarie
Corvee
1 februari 2012

La Défense is mijn lievelingsplek in Parijs. Ik krijg mijn vrienden lastig uitgelegd dat ik me net zo lief vergaap aan de inmiddels wat sleets geworden kantorenwijk, als te slenteren door Le Marais. In mijn ogen is het woud van spiegelende gebouwen en La Grande Arche als symbool voor Mitterands machtsvertoon, een icoon van de jaren ’80. Schaalvergroting werd het toverwoord, goochelen met spreadsheets verdrong het ambacht. De Manager werd geboren, die wist wat er moest gebeuren en die elke tent kon ‘runnen’.

 

Het is de mananger net zo vergaan als La Défense. De glorie van de hoogtijdagen echoot zachtjes na en de grandeur heeft iets aandoenlijks gekregen. De onpersoonlijke torens van ondoorzichtige glas, waardoor je wel naar buiten maar niet naar binnen kunt kijken, weerspiegelen een denkwijze die niet meer past bij vandaag. Het aura van succes rond managers is vervangen door meewarige blikken. Had je maar een vak moeten leren.

 

De Volkskrant wijdde er afgelopen weekend een katern aan, met de weinig verheffende kop ‘fuck the manager’. Alles wat er niet goed gaat in onderwijs en gezondheidszorg, sectoren waarin de kern van de zaak wordt uitgevoerd door degenen die het niet voor het zeggen hebben, wijten we aan diezelfde managers die we tot voor kort aanzagen voor de verlosser.

 

Dat we van ziekenhuizen bestuurlijke gedrochten hebben gemaakt waarin medisch professionals en managers elkaar vakkundig voor de voeten lopen, dat ziet iedereen. Dat denken in termen van schaalvergroting en efficiency leidt tot pervers gedrag en kwaliteit verslechtert, weten inmiddels ook zeker. ‘Echte’ managers hebben geen verstand van onderwijs, of het beter maken van mensen, denken in cijfers en realiseren zich niet dat schaalvergroting een gedachtenexperiment is, dat niet werkt in de praktijk. Mensen willen werken met mensen. Dat gaat goed tot maximaal 150 stelt psycholoog Mark van Vugt.

 

Toch is het onterecht om een beroepsgroep die we zelf hebben gecreëerd - inclusief de massale studies om het te worden - alles in de schoenen te schuiven. En net te doen net alsof managen los staat van leiderschap. Ik hoor het dagelijks: Leiders hebben visie, inspireren en zetten daarmee anderen in beweging. Een manager beheert en controleert. Leiden is leuk, managen is corvee. Ze kunnen moeilijk met, maar zeker niet zonder elkaar.

 

De beweging naar vakmanschap en menselijke maat is al ingezet. Buurtzorg als antwoord op bureaucratsiche Thuiszorg is een succes en de wijkverpleegkundige komt gewoon weer terug. Vakmensen organiseren zichzelf, in overzichtelijke groepjes. We dromen niet meer van een baan in een spiegelend kantoorgebouw, maar van werk van betekenis, met mensen die we kennen. Met hart voor de zaak én iedereen zijn eigen corvee.

 

Verschenen in het Financieele Dagblad

afbeelding van Annemarie
Annemarie
Sir Richard
25 januari 2012

Nieuwsgierig begon ik aan Richard Bransons boek 'Screw business as usual'. De titel prikkelt en past bij mijn beeld van deze dwarsdenker. Als avonturier bestookt hij de wereld al jaren met zijn Virgin-labels en inmiddels zoekt hij het in de ruimtevaart. En nu dus in het sociaal ondernemerschap.

 

Als een bedrijf niet geld verdienen als enige en hoogste doel heeft, maar erop gericht is banen te creëren én zo sociale en maatschappelijke problemen op te lossen, dan is het een sociale onderneming. Winst als middel in plaats van doel. Het is best een logisch antwoord op de vraag hoe het verder moet, nu de verschillen tussen arm en rijk blijven groeien, de luchtbellen van de financiële markten worden doorgeprikt en we niet uitgepraat raken over graaiers. Nadat hij zelf jarenlang zijn ervaring en bezit had vergaard in het oud-economisch denken, begon Branson onrustig te worden. Het moest toch radicaal anders kunnen?

 

Als in een achtbaan neemt sir Richard me mee langs zijn ideeën. Met ‘stop saving, start reinventing’ raakt hij de kern. Geen tekorten dichten met geld, maar met een klein startkapitaal lokale ondernemers creatief leren ondernemen zodat zij zichzelf, hun gemeenschap en hun land vooruit kunnen brengen. Halverwege het boek ben ik volledig in de war. Zijn enthousiasme spat van de pagina’s. Evenals het gemak, waarmee hij vertelt dat een gesprek met hem de basis vormde voor Al Gore’s film An inconvenient truth en hij actrice Kate Winslett opvoert als huisvriendin.

 

Ik slinger tijdens het lezen heen en weer tussen het tintelende gevoel dat het toch goed komt met de wereld en de twijfels over zijn goednieuwsshow. Iets te makkelijk stapt hij heen over ‘business as usual’, waar de meeste mensen nu van leven. Twee pagina's verder besef ik dat als ondernemers zoals Branson een onomkeerbare verandering in denken en doen bewerkstelligen, het zeker kan lukken. Dat er mensen zoals hij nodig zijn, die het bestaande op de kop zetten en laten zien dat het wél kan.

 

Als ik op zoek was geweest naar keihard bewijs voor een succesformule, dan kwam ik er met dit boek niet uit. Branson houdt zich aan zijn eigen uitspraak ‘don’t confuse me with the facts’. Toch raakt hij de essentie van het ondernemerschap, waar ik volledig in geloof. Waarin sociale waarden leidend zijn, we de kracht van de gemeenschap weer benutten en onze talenten en winst inzetten om niet alleen voor onszelf maar ook voor onze omgeving te zorgen. Dat is tussen de regels door zijn boodschap: durf het echt anders te doen, vanuit vertrouwen, zonder dat je zeker weet of het lukt.

 

Verschenen in het Financieele Dagblad

afbeelding van Annemarie
Annemarie
Zelfinzicht
19 januari 2012

Omdat ik er altijd naar streef mezelf te verbeteren en wil snappen waarom ik de dingen doe zoals ik ze doe, vulde ik een vragenlijst in over mezelf. Het was een wetenschappelijk betrouwbaar instrument, zei de collega-psycholoog die hem me gaf er haastig bij. Daarmee had ik de eerste feedback over mijn kritische houding al binnen. Bij meer dan tweehonderd zelfbeschrijvende zinnetjes gaf ik aan in hoeverre ik mezelf erin herkende. Gaandeweg het invullen dacht ik precies te weten wat er werd gemeten. Eerlijk invullen, hield ik mezelf continu voor. Wie heb ik er immers mee als ik dat niet doe? Precies.

 

Een computer boog zich over de patronen in mijn antwoorden en maakte er een tekening van in de vorm van een spinnenweb. Licht gespannen wachtte ik op ‘mijn’ plaatje. Die bleek, heel verrassend, enorm herkenbaar te zijn. Dat ik hoge eisen stel aan mezelf en daarmee waarschijnlijk ook aan anderen, sprong er onmiddellijk uit. Dat ik bovendien makkelijk situaties naar mijn hand zet, veel van anderen gedaan krijg en het ook maar lastig kan verkroppen als dat eens niet lukt, volgde direct op een goede tweede plek. Formele regels zijn immers toch niet van toepassing op mij? Ik herinner me de keer dat ik mij onder een bekeuring uit kletste bij een agent in opleiding en zijn leermeester. Ik begreep ook wel dat er op de stoep niet gefietst mocht worden, ik zou het echt nooit meer doen, maar ik had nou eenmaal heel veel boodschappen bij me en had toch al een rotdag. Het is me zelfs gelukt een wielklem van mijn auto af te praten zonder gedoe en kosten. De triomf waarmee ik me dan een koningin waan, vind ik zelf soms bijna gênant. Of die keer dat het niet lukte en ik woedend bij een KLM-balie stond die me midden in de nacht in Dar es Salaam liet staan, samen met twintig anderen, omdat de vlucht was overbooked. Pas toen ik het vliegtuig zag opstijgen begon ik in te zien dat het me niet was gelukt. Bij visumaanvragen voor buitenlandse reizen kan ik ook lastig geduld opbrengen, wachtend in afhankelijkheid van voor mij ondoorgrondelijke administratieve autoriteiten.

 

Het gesprek met mijn collega was verhelderend en confronterend. Net zoals ik dat bij mijn klanten doe, is het goed om mezelf een spiegel voor te houden. Daar zit tegelijkertijd ook de ironie en het meest confronterende van zo’n exercitie. Want hoe blij kun je zijn met een autobiografische terugkoppeling over jezelf? Zo gevoelig ben ik dus kennelijk voor wat iemand van me vindt, ook al ben ik het zelf. Misschien is dat nog wel het meest verhelderende inzicht.

 

Verschenen in het Financieele Dagblad

afbeelding van Annemarie
Annemarie
Niet omkijken
12 januari 2012

Als ik de zaal van de Stadsschouwburg binnenloop, lijkt het net alsof ik arriveer bij een Italiaanse bruiloft. Lange tafels vol eten en drinken. Ik schuif aan met twee vriendinnen en net als onze tafelgenoten zijn we benieuwd naar wat er achter ons op het podium gaat gebeuren. Ik ben als verrassing meegenomen naar diner- en muziekvoorstelling l’Orpheo, een eigentijdse versie van Monteverdi’s opera over de hartverscheurende mythe van Orpheus en Eurydice.

 

Orpheus en Eurydice zouden trouwen, totdat Eurydice vlak voor hun huwelijk sterft door een slangenbeet. Wanhopig van liefde daalt Orpheus af naar de onderwereld en smeekt met zijn gezang om haar terugkeer naar het leven. Hij heeft succes en krijgt zijn geliefde mee voor de ultieme herkansing. Hij mag alleen niet omkijken. Dat doet hij natuurlijk wel en verliest haar opnieuw, deze keer voor eeuwig. Als puber las ik dit verhaal voor het eerst, op school. Temidden van vertalingen over romeinse oorlogen en vulkaanuitbarstingen, waar ik maar weinig gevoel bij had, greep dit verhaal me meteen. Ik denk dat toen vooral het vermoeden van grootse en meeslepende liefdes die er nog voor me in het verschiet lagen, me zo raakte. Nu, ruim twintig jaar later met de opgedane levenservaring, raakt het me opnieuw.

 

“Waar gaat dit verhaal voor jou over?” vraag ik mij overbuurman aan tafel, die ik tot vanavond niet kende. “Over vooruitkijken en vertrouwen”. Het komt er zonder aarzelen uit. “Ik heb niks met achterom kijken”. Zijn vrouw glundert naast hem met trots en instemming. Dat is hun verhaal: vanuit vertrouwen vooral kijken naar de toekomst, zonder eindeloos geanalyseer van wat er ontbrak of fout ging. Hun liefde ontroert. Voor mij gaat deze mythe over onmogelijke liefde. Hij wil haar, maar zal haar nooit krijgen. Ondanks alle moeite die hij voor haar doet, verkiest hij het verlangen naar het onvervulde boven de liefde die binnen bereik is.

 

Of gaat het over iets heel anders? Waarom keek Orpheus eigenlijk achterom waardoor hij zijn herkansing liet vervliegen? Vertrouwde hij er niet op dat zij hem zou volgen? Was hij bezorgd dat ze zou struikelen? Of was het gewoon zijn onbedwingbare verlangen naar haar? We komen er niet uit die avond. Ook Eurydice heeft nooit geweten waarom Orpheus omkeek. Hun mythe is al eeuwenlang een projectiescherm voor ons eigen verhaal. Door erover te praten krijgt het verhaal inhoud.

 

Aan een andere tafel loopt het gesprek halverwege de avond iets te hoog op. Een man loopt boos weg, na ruzie met zijn vrouw. Zonder om te kijken verlaat hij de voorstelling. Een uur na afloop wacht hij nog steeds vergeefs op haar aan de bar. Niet omkijken loont niet altijd.

 

Verschenen in het Financieele Dagblad

afbeelding van Michel
Michel
What can we learn from Steve Jobs?
9 januari 2012

The biography is a great book with a lot of lessons for entrepreneurs. A must read! Steve had an amazing life and although he had his dark sides his story has got some very positive lessons to take. The 3 things I took out: 


Walking while talking

All his important one to one meetings he asked people to join him for a walk, even with CEO's used to a more formal setting. He started the walk by giving his big picture and ended by asking what he wanted to reach and coming to the actions. He walked around many miles in Palo Alto. It made me wonder how big decisions would look like if we all do this including the big forms of world leaders like the important ones on out ecology. I am going to walk many more steps in 2012!


Think bIg, different and focus

Know what you want. What is the big thing in your life? Do it your own way. For Steve he wanted Apple to be number one in leaving a legacy for (future) users on the cross road of technology and art. That is why the design and user friendliness were so important. He always looked for new solutions and made his people believe that everything was possible which became true at the end of the day. And he focussed on that, he eliminated the rest that distracts.


The A team

Top people want to work with peers. Make sure you attract people around you who believe in what you believe. Then they will put all their passion, sweat and tears in it. If you believe in inspiring leaders to change the future, our A team in India would like to talk to you!

afbeelding van Annemarie
Annemarie
Voorrang
5 januari 2012

IJsland associeerde ik tot voor kort enkel met spaargeld van goedgelovige individuen en provincies, dat in rook is opgegaan. Door de film ‘Now What?’ bekijk ik het met andere ogen. Temidden van de sprookjesachtig verlichte huisjes in de sneeuw, volg ik trompettist Colin Benders (Kyteman) die zichzelf kwijt is. Na een jaar ronddolen probeert hij zijn creativiteit in eenzame afzondering in IJsland terug te vinden.

 

De film ‘Now What?’ start met het succes dat Kyteman en zijn hiphop orkest in 2009 bereikten en het besluit van orkestleider Benders, om te stoppen op het hoogtepunt dat succes om te blijven vernieuwen. In de oorverdovende stilte die volgt, maken doemgedachten de herrie in zijn hoofd onverdragelijk. Dromen lukt hem bijna niet meer, terwijl dat de bron van zijn creativiteit is. “Now What?” is voor mij een liefdevol portret over de schoonheid en de lelijkheid van leiderschap. Het toont de grilligheid van een gevoelige jongen met talent, die iets ziet en hoort ver voordat anderen dat doen. Een teamplayer die anderen ruimhartig laat delen in zijn succes en zich even later als een kluizenaar terugtrekt in een donkere put, op zoek naar iets waarvan hij zelf geen idee heeft hoe het eruit ziet. Waar hij op het podium erop durft te vertrouwen dat iets nieuws ontstaat zolang je luistert en met elkaar blijft spelen, lukt hem dat ironisch genoeg in de stilte buiten dat podium aanvankelijk niet.

 

Zijn leiderschap bestaat bij de gratie van de mensen om hem heen, die oog hebben voor zijn talent, hem volgen, hem zijn groei gunnen én accepteren dat zijn dromerige afwezigheid, slordigheid en egocentrisme de achterkant van dat talent zijn. Zijn droomproject Kytopia, een vrijplaats voor muzikale zielsverwanten, komt pas van de grond als een bevriend bassist gewoon maar begint met het bouwen van een studio. Zijn vader en manager geeft hem alle ruimte voor zijn creatieve proces, ook al voelt hij zelf de druk van de buitenwereld die wacht op een tweede plaat. Rapper en boezemvriend Pax vat het prachtig samen: “Het is een heel dunne grens tussen een oprechte chaoot en een verwend jongetje. Een chaoot kán het niet goed regelen voor zichzelf, een verwend kind wíl het niet.”

 

Leiderschap gaat over voorrang geven aan dat wat jou bijzonder maakt. Dat ís soms egocentrisch. Het lukt pas als je in staat bent om anderen diezelfde voorrang te verlenen. Dat gaat niet in je eentje, in IJsland. Daar is contact voor nodig met mensen die je zien, in al je eigenaardigheden.

 

Pax reist hem achterna. Het weerzien in de sneeuw is ontroerend. Gewoon twee jongetjes, die graag met elkaar willen spelen. De muziek komt weer als vanzelf.

 

Verschenen in het Financieele Dagblad

afbeelding van Annemarie
Annemarie
Eindstreep
31 december 2011

Als ik na weer een te korte nacht, 's ochtends in de file mijn ogen opmaak, merk ik dat ik mij naar de eindstreep van het jaar sleep en dat dat zijn tol begint te eisen. De matige verlichting boven mijn spiegeltje matst me nog. Iedereen om mij heen snottert en hoest zich door de laatste loodjes van 2011 heen. Op weg naar een nieuw jaar vol goede voornemens en met de heilige belofte om van alles in het oude jaar achter te laten. Het terugblikken en het opmaken van de balans om vervolgens met een schone lei te beginnen, geeft me ieder jaar weer het gevoel dat ik een soort beoordelingsgesprek met mezelf voer, waarin de 'targets' vooraf onvoldoende helder zijn vastgesteld.

 

Toen ik als kind voor het eerst met mijn ouders op vakantie naar het buitenland ging, moest ik heel hard huilen. Ik was bang dat, als we eenmaal de Duitse grens zouden passeren, ik hen niet meer kon verstaan. Alles zou daar immers anders zijn, zo was me vooraf uitgelegd. Mijn kinderlogica werd vertederd weggelachen. Maar als we de grens tussen het oude en het nieuwe jaar overgaan, doen we eigenlijk precies hetzelfde. Als we om twaalf uur vuurwerk afsteken, doen we net alsof alles anders wordt. De pieken en dalen van het afgelopen jaar krijgen een plek in een museum en we stappen de lege toonzaal van het nieuwe binnen.

 

Dat is volgens mij de oorzaak van de grootste kater in de eerste januaridagen. Als de mist van het feest is opgetrokken, blijkt dat er nauwelijks iets is veranderd. We hebben onszelf gewoon meegenomen, de eindstreep over. Die dus helemaal geen eindstreep is. En ook geen begin van alle nieuwe zaken. Oud en nieuw is gewoon een feest met veel bubbels en oliebollen en andere rituelen waarvan we de oorsprong allang zijn vergeten.

 

Ik kan het me natuurlijk weer voornemen minder hard te werken en consequent drie keer per week hard te lopen. Die voornemens staan voor meer rust en regelmaat in mijn leven, waarvan ik betwijfel of ik dat wel wil. Voor het komende jaar ben ik eruit: geen vage voornemens of zelfgeschreven horoscopen meer, waarmee ik naarstig grip probeer te krijgen op wat me het komende jaar te wachten staat. Zodat mijn voornemens niet meer aan het einde van het jaar kunnen verworden tot spijt, omdat ze onvervuld zijn gebleven. Want ik ben daar zelf bij, het hele jaar.

 

Ik vind dat een geruststellende gedachte. Dat ik inmiddels weet dat mijn ouders nog steeds Nederlands met me praten als we de grens over gaan. Dat ik zelf veranderingen in gang kan zetten als ik dat werkelijk wil. Ik neem mijzelf immers mee naar 2012, net als iedereen die me dierbaar is.

 

Verschenen in het Financieele Dagblad

Pagina's