Grote schoonmaak

28 september 2011

Ik kan niet goed liegen. Halfhartige pogingen om het wel te doen, zijn al vroeg in de kiem gesmoord. Koekjes bakken op de kleuterschool, waarbij de juf twee minuten de klas verliet en wij, vijfjarigen ons en masse op het deeg stortten, eindigde in een voor mij toen indrukwekkende levensles. Met het meel nog om mijn mond ontkende ik hevig dat ik ervan gesnoept had. Met mijn naderende val door de mand voor ogen, durfde ik me niet meer achter anderen te verschuilen. Ik zat fout en bekende. Je kan niet vroeg genoeg leren om de verantwoordelijkheid voor je eigen daden te nemen.

Bij alle rumoer rondom de toon van de kamerdebatten van afgelopen week, heb ik me vaak afgevraagd op wat voor lagere school onze Kabinet- en Kamerleden gezeten hebben. Nu is het ineens een fout van Tweede Kamervoorzitter Gerdi Verbeet, dat twee mannen elkaar omver probeerden te duwen tijdens de Algemene Beschouwingen. In een interview met de Volkskrant legt Verbeet uit dat ze niet verantwoordelijk is voor de uitspraken die Rutte en Wilders naar elkaar doen, en ingrijpt op het moment dat zij zelf aangeven zich onheus bejegend te voelen. Mij lijkt dat een volwassen aanpak. Het is haar op veel kritiek komen te staan. Frans Weisglas, voorganger van Verbeet, roept vanaf de zijlijn behulpzaam dat ze eerder en nadrukkelijker had moeten ingrijpen. Niet de jongetjes zelf, maar de juf wordt aangepakt.

Roos Vonk, hoogleraar Psychologie wist niet hoe snel ze na, of liever, tijdens de val van vriend en collega Diederik Stapel haar straatje schoon moest vegen. Hij bekende onderzoeksdata te hebben gefingeerd. Vermoedelijk uit angst om mee getrokken te worden in zijn val, plaatste ze iets te snel en te opvallend een blog waarin ze afstand van hem neemt. Aarzelend steekt ze een halve hand in eigen boezem en wijst veel harder met priemende vinger van zich af. Ze had van het deeg gesnoept zonder dat ze er erg in had.

Duiken, wijzen naar een ander, of je erachter verschuilen, hoe menselijk ook: het veegt misschien tijdelijk je eigen straatje schoon, maar legt tegelijkertijd het bewijs voor het tegendeel voor je eigen voordeur. Spelen op de persoon leidt af van waar het werkelijk over gaat. Volgens mij is het tijd voor een grote gezamenlijke schoonmaak. Opzoomeren heet dat in Rotterdam: met de hele straat zorgen dat het er schoner, leefbaarder en mooier wordt. Geen woorden maar daden. Of je nu onderdeel bent van een kleuterklas, de Tweede Kamer, de sociale wetenschap of een bedrijf, schouders eronder, ego opzij en gaan voor het collectief. Dan wordt normaal doen vanzelf weer heel normaal.

'Verschenen in het Financieele Dagblad'